REGELING MANDAAT- EN VOLMACHT GEMEENTE OMMEN 2019

Originele publicatie downloaden:
Download het PDF bestand
Link naar originele publicatie:
Deze link gaat naar een andere site
Type bekendmaking:
Verordeningen
Publicatiedatum:
24-12-2018





REGELING MANDAAT- EN VOLMACHT GEMEENTE OMMEN 2019

Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Ommen, ieder voor zover het haar of zijn bevoegdheden betreft;

 

overwegende dat het uit een oogpunt van doelmatig en efficiënt bestuur en ter wille van de cliëntgerichtheid gewenst is om ter zake van de afdoening van stukken bevoegdheden te verlenen aan de ambtelijke organisatie en externe functionarissen;

 

gelet op de artikelen 171, 231 en 232 van de Gemeentewet;

 

gelet op de artikelen 10:1 tot en met 10:20 van de Algemene wet bestuursrecht;

 

gelet op de artikel 3.60 tot en met 3:67 van het Burgerlijk Wetboek;

 

besluiten:

 

vast te stellen de volgende:

 

"REGELING TOT VERLENING VAN BEVOEGDHEDEN KRACHTENS MANDAAT EN VOLMACHT"

 

Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

  • 1.

    bestuursorgaan: het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester of een commissie als bedoeld in artikel 82 Gemeentewet;

  • 2.

    besluit: een besluit als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht of een beslissing op grond van het privaatrecht;

  • 3.

    nadere regeling: de bij dit besluit behorende nadere regeling delegatie, mandaat en volmacht waarin door de gemeentelijke bestuursorganen genomen en nog te nemen besluiten ten aanzien van delegatie, mandaat en volmacht, alsmede eventuele bijbehorende (verwijzingen naar) richtlijnen en/of beleidsregels zijn of worden opgenomen;

  • 4.

    mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen;

  • 5.

    ondertekeningsmandaat: de bevoegdheid tot het namens het bestuursorgaan ondertekenen van besluiten die door hem zijn genomen;

  • 6.

    volmacht: de bevoegdheid om een bestuursorgaan privaatrechtelijk te vertegenwoordigen;

  • 7.

    gemandateerde: de functionaris aan wie krachtens deze regeling mandaat wordt verleend;

  • 8.

    mandaatgever: een bestuursorgaan door wie mandaat wordt verleend;

  • 9.

    gevolmachtigde: de functionaris aan wie krachtens deze regeling volmacht wordt verleend;

  • 10.

    volmachtgever: het bestuursorgaan door wie volmacht wordt verleend.

 

Artikel 1.2 Nadere regeling

  • 1.

    De, op grond van deze regeling, verleende bevoegdheden worden opgenomen in een nadere regeling;

  • 2.

    De nadere regeling wordt ondertekend door de bestuursorganen en de in artikel 2.1 bedoelde ambtenaren, ieder voor zover zijn of haar bevoegdheden;

  • 3.

    De nadere regeling kan, met inachtneming van de bepalingen van deze regeling, worden gewijzigd door de bestuursorganen en de in artikel 2.1 bedoelde ambtenaren, ieder voor zover zijn of haar bevoegdheden;

  • 4.

    De nadere regeling wordt, wanneer daartoe aanleiding is, geactualiseerd.

 

Artikel 1.3 Verlening van nieuwe bevoegdheden

Verlening van nieuwe bevoegdheden, in de vorm van mandaat en volmacht besluiten, worden conform artikel 1.2 lid 3 als wijziging in de nadere regeling opgenomen.

Artikel 1.4 Coördinatiebepaling regeling budgethouderschap

Verlening van bevoegdheden met betrekking tot het beheer van budgetten valt onder de werking van de regeling budgethouderschap.

Hoofdstuk 2 ATTRIBUTIE

Artikel 2.1 Aanwijzing gemeenteambtenaren ex artikel 231 Gemeentewet

Het besluit tot aanwijzing van gemeenteambtenaren ex artikel 231 Gemeentewet wordt afzonderlijk door het college van burgemeester en wethouders genomen.

Artikel 2.2 Mandatering van geattribueerde bevoegdheden

  • 1.

    Op mandatering van bevoegdheden van de in artikel 2.1 bedoelde ambtenaren zijn de bepalingen van hoofdstuk 1, 3 en 5 van deze regeling overeenkomstig van toepassing;

  • 2.

    De in lid 1 bedoelde verlening van bevoegdheden wordt opgenomen in de in artikel 1.2 genoemde nadere regeling.

 

Hoofdstuk 3 MANDAAT

Artikel 3.1 Gemandateerden

  • 1.

    Het mandaat als bedoeld in artikel 1.1, lid 4, wordt verleend aan de bij de nadere regeling aangewezen functionarissen;

  • 2.

    Bij afwezigheid van een gemandateerde mag de aan deze gemandateerde bevoegdheid worden uitgeoefend door hun plaatsvervangers.

 

Artikel 3.2 Strekking van het mandaat

  • 1.

    Het mandaat strekt zich uitsluitend uit tot de bevoegdheden genoemd in de nadere regeling;

  • 2.

    Het mandaat wordt verleend met inachtneming van de per bevoegdheid in de nadere regeling vastgestelde of vast te stellen instructies;

  • 3.

    Van de mandaatverlening zijn weigeringen, afwijzende besluiten en daarmee gelijk te stellen besluiten niet uitgezonderd, tenzij dit in de voorschriften van de nadere regeling expliciet is opgenomen.

 

Artikel 3.3 Algemene voorwaarden

Het mandaat wordt door de gemandateerde uitgeoefend binnen het kader van het door de mandaatgever vastgestelde of vast te stellen algemeen beleid en binnen het raam van de toegekende budgettaire bevoegdheden en begrotingsrichtlijnen.

Artikel 3.4 Raadpleging mandaatgever

Indien de gemandateerde een besluit neemt dat grote politieke of maatschappelijke gevolgen of een verstrekkende precedentwerking kan hebben, dient deze alvorens het besluit te nemen de mandaatgever of - zo de mandaatgever een meervoudig bestuursorgaan is - een lid van het orgaan te raadplegen.

Artikel 3.5 Mandaat met vermelding persoonsnaam

  • 1.

    Het mandaat als bedoeld in artikel 1.1, lid 4, wordt uitgeoefend met vermelding van de naam van de gemandateerde;

  • 2.

    Een krachtens mandaat genomen besluit vermeldt namens welk bestuursorgaan het besluit is genomen;

  • 3.

    Het vorige lid is van overeenkomstige toepassing op overige correspondentie voortvloeiende uit de gemandateerde bevoegdheid;

  • 4.

    Ingeval van een ondertekeningsmandaat dient uit het besluit te blijken, dat het door het bestuursorgaan is genomen hierbij wordt de datum van het besluit vermeld.

 

Artikel 3.6 Interne procedures

  • 1.

    De gemandateerde aan wie een bevoegdheid is toegekend, die ook één of meer andere organisatieonderdelen regarderen, dient eerst overleg te plegen met dat organisatieonderdeel/die organisatieonderdelen, alvorens te besluiten;

  • 2.

    De interne procedure inzake afdoening van stukken, voortgangscontrole, postbehandeling en dergelijke geschieden overeenkomstig de geldende regelingen.

 

Hoofdstuk 4 VOLMACHT

Artikel 4.1 Gevolmachtigden

  • 1.

    Een volmacht als bedoeld in artikel 1.1, lid 6, wordt verleend aan de bij de nadere regeling aangewezen functionarissen;

  • 2.

    Bij afwezigheid van een gevolmachtigde mag de aan deze overgedragen bevoegdheid worden uitgeoefend door zijn plaatsvervangers.

 

Artikel 4.2 Strekking van de volmacht

  • 1.

    De volmacht strekt zich uitsluitend uit tot de bevoegdheden genoemd in de nadere regeling;

  • 2.

    De volmacht wordt verleend met inachtneming van de per bevoegdheid in de nadere regeling vastgestelde of vast te stellen instructies.

 

Artikel 4.3 Algemene voorwaarden

De volmacht wordt door de gevolmachtigde uitgeoefend binnen het kader van het door de volmachtgever vastgestelde of vast te stellen algemeen beleid en binnen het raam van de toegekende budgettaire bevoegdheden en begrotingsrichtlijnen.

Artikel 4.4 Volmacht met vermelding persoonsnaam

  • 1.

    De volmacht als bedoeld in artikel 1.1, lid 6, wordt uitgeoefend met vermelding van de naam van de gevolmachtigde;

  • 2.

    Een krachtens volmacht verrichtte handeling vermeldt namens wie de handeling is verricht;

  • 3.

    Het vorige lid is van overeenkomstige toepassing op (overige) correspondentie voortvloeiende uit de overgedragen bevoegdheid.

 

Artikel 4.5 Interne procedures

  • 1.

    De gevolmachtigde aan wie een bevoegdheid is toegekend, dient alvorens de bevoegdheid uit te oefenen eerst na te gaan of de benodigde publiekrechtelijke besluiten zijn genomen;

  • 2.

    De interne procedure inzake afdoening van stukken, voortgangscontrole, postbehandeling en dergelijke geschieden overeenkomstig de geldende regelingen.

 

Hoofdstuk 5 SLOTBEPALINGEN

Artikel 5.1 Wijziging van wetgeving

  • 1.

    Ingeval van wijziging van wetgeving waarop een verleende bevoegdheid berust blijft de bevoegdheid verleend en wordt de bevoegdheid geacht te zijn verleend op grond van de corresponderende bepalingen in de gewijzigde wetgeving;

  • 2.

    De wijzigingen worden zo spoedig mogelijk in de nadere regeling verwerkt.

 

Artikel 5.2 Naam en inwerkingtreding

Dit besluit kan worden aangehaald als "Regeling mandaat en volmacht gemeente Ommen 2019" en treedt in werking op 1 januari 2019.

 

Ommen, 18 december 2018

Secretaris, Burgemeester

J.W.H. Blaauw mr. drs. J.M. Vroomen