Verordening begraafplaatsrechten Ommen 2022

Originele publicatie downloaden:
Download het PDF bestand
Link naar originele publicatie:
Deze link gaat naar een andere site
Type bekendmaking:
algemeen verbindend voorschrift (verordening)
Publicatiedatum:
22-12-2021



Verordening begraafplaatsrechten Ommen 2022

De raad van de gemeente Ommen;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 9 november 2021, zaaknummer 258110;

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening op de heffing en de invordering van begraafplaatsrechten Ommen 2022

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

1. In de verordening wordt verstaan onder:

a. Begraafplaats: de begraafplaatsen aan de Hardenbergerweg, “Beerzerveld”, “Laarmanshoek” en “Dr. A.C. van Raaltestraat”;

b. Graf: een zandgraf of keldergraf, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

  • 1.

    Het doen begraven en begraven houden van lijken;

  • 2.

    Het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • 3.

    Het doen verstrooien van as.

c. Urnengraf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

  • 1.

    Het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • 2.

    Het doen verstrooien van as.

d. Urnennis: een nis in een urnenmuur of columbarium welke kan worden verhuurd aan een natuurlijk of rechtspersoon voor een van tevoren overeengekomen periode voor het doen bijzetten en bijgezet houden van een of meer urnen of asbussen;

e. Asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

f. Verstrooiingsplaats: een permanent daartoe bestemd terrein waarop as wordt verstrooid;

g. GBLT: het openbaar lichaam GBLT.

Artikel 2 Belastbaar feit

Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats.

Artikel 3 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 5 Vrijstellingen

De rechten worden niet geheven voor het lichten van een lijk dan wel overblijfselen van lijken of asbus op rechterlijk gezag.

Artikel 6 Belastingjaar

  • 1.

    Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

  • 2.

    Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 4, onderdelen 4.3.2, 4.3.3 en 4.3.4 van de bij deze verordening behorende tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht.

Artikel 7 Wijze van heffing

  • 1.

    De onderhoudsrechten, bedoeld in hoofdstuk 4, onderdeel 4.3.1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, worden geheven bij wege van aanslag.

  • 2.

    Andere rechten als die bedoeld in het vorige lid worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De onderhoudsrechten, als bedoeld in hoofdstuk 4, onderdelen 4.3.1, 4.3.2, 4.3.3 en 4.3.2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, wordt voor de rechten als bedoeld in 4.3.1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel ontheffing verleend voor zoveel driehonderd vijfenzestigste gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle etmalen overblijven.

  • 3.

    In afwijking van het vorige lid wordt, voor de rechten als bedoeld in 4.3.1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt in verband met afkoop als bedoeld in onderdeel 4.3.2, 4.3.3 en 4.3.4 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, ontheffing verleend over het gehele belastingtijdvak.

  • 4.

    Alle andere rechten dan 4.3.1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

  • 5.

    Indien de belastingplicht eindigt na dagtekening van het aanslagbiljet, kan de belastingplichtige een aanvraag tot ontheffing indienen bij de ambtenaar belast met de heffing.

Artikel 9 Aanslaggrens

  • 1.

    De rechten als bedoeld in hoofdstuk 4, onderdeel 4.3.1. van de bij deze verordening behorende tarieventabel worden niet geheven, indien het totale belastingbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, minder dan € 5,00 bedraagt.

  • 2.

    Voor toepassing van het eerste lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen als één aanslag aangemerkt.

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, lid 1, van de Invorderingswet 1990 en in afwijking van lid 1 van dit artikel, moeten de aanslagen, zoals bedoeld in hoofdstuk 4, onderdeel 4.3.1. van de bij deze verordening behorende tarieventabel, dan wel op één aanslagbiljet verenigde aanslagen worden betaald in één termijn, die vervalt twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 2.

    In afwijking van lid 1 van dit artikel, worden belastingaanslagen waarvoor de belastingschuldige een machtiging heeft afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische incasso, betaald in tien maandelijkse termijnen. Als de dagtekening van het aanslagbiljet is gelegen voor of op de 15de van een kalendermaand, vervalt de eerste incassotermijn nog in diezelfde kalendermaand. In alle andere gevallen vervalt de eerste incassotermijn aan het einde van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarin de dagtekening van het aanslagbiljet is gelegen.

  • 3.

    Indien het totaal te betalen bedrag zoals vermeld op het aanslagbiljet € 10,00 of minder bedraagt, wordt dit bedrag in afwijking van lid 2 van dit artikel in één termijn afgeschreven twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 4.

    In afwijking van artikel 9, lid 1, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten bedoeld in artikel 7, tweede lid, van deze verordening worden betaald:

    • a.

      Ingeval van uitreiking van de kennisgeving: op het tijdstip van uitreiking;

    • b.

      Ingeval van toezending van de kennisgeving: binnen twee maanden na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 5.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen.

Artikel 11 Kwijtschelding

Voor de invordering van de rechten wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Nadere regels

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de begraafplaatsrechten.

Artikel 13 Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De ‘Verordening begraafplaatsrechten 2021’ van 26 november 2020 wordt ingetrokken met ingang van het in het derde lid bedoelde datum, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.

  • 4.

    De verordening wordt aangehaald als ‘Verordening begraafplaatsrechten 2022’.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Ommen d.d. 25 november 2021.

 

De raad voornoemd,

De griffier, De voorzitter,

R. Tenkink, mr. drs. J.M. Vroomen

Bijlage Tarieventabel bij de verordening begraafplaatsrechten 2022

Hoofdstuk 1

Verlenen van rechten

1.1

Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een graf op begraafplaats Beerzerveld, waarin begraven kan worden in 1 laag, wordt geheven:

1.1.1

Voor de termijn van 10 jaar

€ 909,-

1.1.2

Voor de termijn van 30 jaar

€ 2.164,-

1.1.3

Voor een onbepaalde tijd

€ 6.781,-

1.2

Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een graf op begraafplaats Laarmanshoek, waarin begraven kan worden in 2 lagen, wordt geheven:

1.2.1

Voor de termijn van 10 jaar

€ 1.225,-

1.2.2

Voor de termijn van 30 jaar

€ 2.920,-

1.2.3

Voor een onbepaalde tijd

€ 9.108,-

1.2.4

Het onder 1.2.1 tot en met 1.2.3 bedoelde recht wordt ook geheven als geen gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om in 2 lagen te begraven terwijl het graf die mogelijkheid wel heeft.

1.3

Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een kindergraf, voor het begraven van personen jonger dan 12 jaar, wordt geheven:

1.3.1

Voor de termijn van 10 jaar (foetusgraf)

€ 510,-

1.3.2

Voor de termijn van 30 jaar

€ 1.442,-

1.3.3

Voor de termijn van 50 jaar

€ 2.164,-

Urnentuin

1.4

Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een gedenkplaats n de vorm van een urnengraf of grondoppervlak 0,80 x 0,80 m ten behoeve van het plaatsen van urnen of het doen verstrooien van as, wordt geheven:

1.4.1

Voor de termijn van 5 jaar

€ 402,-

1.4.2

Voor de termijn van 10 jaar

€ 757,-

1.4.3

Voor de termijn van 20 jaar

€ 1.420,-

1.4.4

De onder 1.4.1 tot en met 1.4.3 vermelde tarieven worden ook geheven voor het houden van een eigen gedenkplaats op de plaats van de asverstrooiing.

Urnenmuur

1.5

Voor het huren van een urnennis voor het al naar gelang de afmetingen van de nis dat toelaat het plaatsen van 1 of meer urnen asbussen, wordt geheven:

1.5.1

Voor de termijn van 5 jaar

€ 350,-

1.5.2

Voor de termijn van 10 jaar

€ 639,-

1.5.3

Voor de termijn van 20 jaar

€ 1.165,-

Hoofdstuk 2

Verlenging van rechten

2.1

Voor verlenging van het uitsluitend recht op een graf waarin begraven kan worden in 1 laag, wordt geheven:

2.1.1

Voor de termijn van 5 jaar

€ 301,-

2.1.2

Voor de termijn van 10 jaar

€ 568,-

2.1.3

Voor termijnen korter dan 10 jaar wordt geheven een bedrag ter grootte van het aantal jaren maal het tarief van

€ 60,-

2.2

Voor verlenging van het uitsluitend recht op een graf waarin begraven kan worden in 2 lagen wordt geheven:

2.2.1

Voor de termijn van 5 jaar

€ 402,-

2.2.2

Voor de termijn van 10 jaar

€ 757,-

2.2.3

Voor termijnen korter dan 10 jaar wordt geheven een bedrag ter grootte van het aantal jaren maal het tarief van

€ 80,-

2.3

Voor verlenging van het uitsluitend recht op een kindergraf wordt geheven:

2.3.1

Voor de termijn van 5 jaar

€ 301,-

2.3.2

Voor de termijn van 10 jaar

€ 568,-

2.4

In geval de resterende grafrechttermijn op het moment van een begraving of bijzetting in het bedoelde graf korter is dan de wettelijke minimum grafrusttermijn van 10 jaar, kan verlenging van rechten voor een periode korter dan 10 jaar worden overeengekomen. Voor het bepalen van het aantal jaren wordt de nog resterende grafrechttermijn in hele jaren in mindering gebracht op de wettelijke minimum grafrusttermijn van 10 jaar. De uitkomst hiervan wordt vermenigvuldigd met het tarief overeenkomstig 2.1.3 of 2.2.3.

2.5

Voor verlening van het uitsluitend recht op een urnengraf of urnentuin worden dezelfde tarieven geheven als genoemd onder 1.4.1 tot en met 1.4.4.

2.6

Voor verlenging van het uitsluitend recht op een urnennis worden dezelfde tarieven geheven als genoemd onder 1.5.1 tot en met 1.5.4.

Hoofdstuk 3

Begaven en asbezorging

3.1

Voor het begraven wordt geheven:

3.1.1

Voor een stoffelijk overschot van een persoon van 12 jaar of ouder

€ 917,-

3.1.2

Voor een stoffelijk overschot van een kind beneden één jaar of een doodgeborene

€ 229,-

3.1.3

Voor een stoffelijk overschot van een kind tussen één en twaalf jaar

€ 458,-

Bijzetten van asbussen en urnen alsmede asverstrooiing

3.2

Voor het bijzetten van een asbus wordt geheven:

3.2.1

In een graf of urnengraf

€ 188,-

3.2.2

In een urnennis

€ 126,-

3.3

Voor de verstrooiing van as wordt geheven:

€ 126,-

3.4

Voor het begraven of de asbezorging op buitengewone uren wordt het recht, bedoeld in 3.1.1 tot en met 3.3 verhoogd met 50%.

Onder buitengewone uren wordt verstaan uren anders dan uren op gewone werkdagen tussen 09.00 uur en 16.00 uur en de uren op zaterdag tussen 09.00 uur en 15.00 uur.

Hoofdstuk 4

Grafbedekking, gedenkplaatsen en onderhoud

4.1

Voor het door of namens de gemeente leveren en aanbrengen van een standaard gedenkplaatje met opschrift op een van de algemene gedenkplaatsen, wordt geheven:

4.1.1

Voor een naamplaatje bij het asverstrooiingsveld, voor een periode van 10 jaar

€ 301,-

4.2

Voor verlenging van de onder 4.1.1 genoemde periode met 10 jaar wordt geheven

€ 139,-

4.3

Voor het door of vanwege de gemeente te verrichten onderhoud aan de begraafplaats, inclusief de aangebrachte grafbedekking (conform beheersverordening artikel 19, lid 1) wordt per geheven:

4.3.1

Per kalenderjaar

€ 77,-

4.3.2

Bij afkoop voor een termijn tot 10 jaar (alleen mogelijk voor graven waarvan met een resterende uitgiftetermijn tot 10 jaar en 30 jaar) het aantal jaren keer het bedrag van

€ 75,-

4.3.3

Bij afkoop voor 30 jaar ineens (alleen mogelijk voor graven met een resterende uitgiftetermijn tussen 10 en 30 jaar) het aantal jaren keer het bedrag van

€ 52,-

4.3.4

Bij afkoop voor onbepaalde tijd (alleen in combinatie met een uitgiftetermijn voor onbepaalde tijd)

€1.861,-

4.3.5

Op de onder 4.3.4 vastgestelde tarief wordt een korting toegepast wanneer bedoelde afkoop plaatsvindt op het moment dat reeds een aantal jaren van de uitgiftetermijn van het graf zijn verstreken, ongeacht de al of niet gedurende deze jaren betaalde onderhoudsrechten. De korting per verstreken jaar bedraagt 50% van het onder 4.3.1 vastgestelde bedrag tot een maximum van 50% van het onder 4.3.4 vastgestelde tarief

4.3.6

De rechten als bedoeld onder 4.3 tot en met 4.3.5 worden niet geheven op graven die zijn uitgegeven na 31 december 2016, omdat dit onderhoudsrecht na die datum is verdisconteerd in een hoger tarief voor de onder hoofdstuk 1 bedoelde rechten.

4.4

Voor het leveren van een urnenkelder (facultatief)

€ 162,-

Hoofdstuk 5

Vergunning

5.1

Voor de vergunning voor het plaatsen van een grafkelder wordt geheven

€ 269,-

Hoofdstuk 6

Opgraven, ruimen, verstrooien

6.1

Voor het opgraven en overbrengen van een lijk uit het ene naar het andere graf op de begraafplaats wordt een recht geheven van

€ 1.479,-

6.2

Voor het ruimen van een graf of het opgraven van overblijfselen van lijken en het verdiept herbegraven hiervan in hetzelfde graf wordt geheven

€ 1.479,-

6.3

Voor het opgraven van een lijk, bestemd voor overbrenging naar een andere begraafplaats wordt een recht geheven van

€ 1.479,-

6.4

Voor het opgraven, verwijderen en/of ruimen van een asbus wordt geheven:

6.4.1

Uit een graf of urnengraf

€ 188,-

6.4.2

Uit een urnennis

 

Gewaarmerkt door de griffier van de gemeente Ommen

Als behorende bij het raadsbesluit van 25 november 2021

De griffier van de gemeente Ommen,

R. Tenkink

 

€ 126,-