5 augustus 1902

Algemeen Handelsblad, 06-08-1902:
Onder de gemeente Ommen is gisteravond de marechaussee Arnoldus Hoekstra door een stroopend polderwerker doodgeschoten. Niet minder dan 60 hagelkogels doorboorden zijn borst. De dader had zich, ziende dat hij gesnapt werd, onmiddellijk omgekeerd en schoot op zijn vervolgers. Hij is gelukkig gevat.

Leeuwarder Courant, 09-08-1902:
Gisteren heeft te Zwolle de lijkschouwing plaats gehad van den marechaussee Hoekstra. Zijn stoffelijk overschot zal morgen te Zwolle worden begraven. Te Ommen zijn reeds maatregelen genomen om namens de burgerij deel te nemen aan de laatste eerbewijzen. Omtrent het onderzoek der justitie verneemt de Zwolsche Courant nog dat de beklaagde J. van Groese ontkent met opzet te hebben geschoten. Het zou door een toeval of ongeluk geschied zijn. Maar getuigen verklaarden dat hij gezegd zou hebben bij het schoonmaken van zijn geweer: Ik heb een marechaussee doodgeschoten. Tevens bleek dat ook Hoekstra een schot heeft gelost. Of dit echter een schot in de lucht is geweest, dan wel of het zijn doel gemist heeft, schijnt niet uitgemaakt te zijn.

Algemeen Handelsblad, 10-08-1902:
Men schrijft uit Ommen: Tengevolge van den alhier plaats gehad hebbenden moord op den marechaussee Hoekstra, is er eene slechte verhouding ontstaan tusschen de Brabantsche polderwerkers en de ingezetenen. Daar eerstgemelden eene dreigende houding aannemen, is versterking van politie aangevraagd.

Leeuwarder Courant, 12-08-1902:
Op de R.K. begraafplaats te Zwolle is zaterdag met militaire eerbewijzen begraven het slachtoffer van den moord te Ommen, de marechaussee Hoekstra. Een groote menigte belangstellenden deed den stoet uitgeleide. Een zestal kransen dekte de kist, o.a. van den officier van justitie te Zwolle, van den burgemeester van Ommen, van de bevolking te Ommen, van den commandant en de officieren en van de kameraden der derde divisie marechaussee.

Samarangsch handels- en advertentieblad, 01-11-1902:
Men meldt uit Zwolle d.d. 2 oct. Een overtalrijk publiek verdrong zich hedenochtend in de zaal der arrondissementsrechtbank alhier, teneinde de behandeling van den bekenden doodslag op marechaussee Hoekstra in 't begin van augustus te Ommen gepleegd, bij te wonen. Zooals indertijd ook in dit blad is gemeld, bevonden zich destijds onder de gemeente Ommen onderscheidene Noordbrabantsche polderwerkers, die werkzaam waren aan de lijn van de Noordooster locaalspoorwegmaatschappij aldaar. Ze huisden in een keet en hielden zich in hun vrijen tijd bij voorkeur onledig met hun geliefkoosde strooperijen. De marechaussees De Lange en Hoekstra trachtten hieraan een einde te maken en togen daarom op 5 augustus het veld in. Bij die gelegenheid had de noodlottige ontmoeting plaats die het gevolg heeft gehad dat marechaussee Hoekstra door zekeren Jacobus van Groesen, 24 jarig polderwerker uit Oosterhout, met een geweerschot werd neergeveld. In de dagvaarding wordt beklaagde dit aldus ten laste gelegd:
'dat hij in den avond van dinsdag 6 augustus 1902, onder de gemeente Ommen den surveilleerenden marechaussee Arnoldus Hoekstra opzettelijk van het leven heeft beroofd, door hem opzettelijk met dat doel met een met hagel geladen geweer moedwillig op korten afstand in de borst, een long, het hart en de lever te schieten, tengevolge waarvan genoemde marechaussee ten bloede verwond is geworden en kort daarop is overleden'. Het O.M. eischte 10 jaar gevangenisstraf.

Tilburgsche courant, 19-10-1902:
De rechtbank te Zwolle heeft den polderwerker Jacobus van der Groesen wegens opzettelijken doodslag, gepleegd op den marechaussee Hoekstra in augustus jl. te Ommen, veroordeeld tot 6 jaar gevangenisstraf. De rechtbank achtte de verklaring van beklaagde als zou hij uit angst geschoten hebben, onaannemelijk. Dat het schot van beklaagde Hoekstra heeft gedood is wettig bewezen en uit het feit dat beklaagde op korten afstand op de borst aanlegde, moet de verklaring volgen dat beklaagde met opzet heeft gehandeld. De eisch van het O.M. was 10 jaar.

De Tijd - godsdienstig-staatkundig dagblad, 19-11-1902:
Op het graf van den te Ommen gevallen marechaussee Hoekstra, op de rooms-katholieke begraafplaats te Zwolle, is door zijn kameraden van de 3e divisie een eenvoudige marmeren steen gelegd met het opschrift: "Arnoldus Hoekstra, geboren 13 december 1875, gevallen als offer van zijn plicht te Ambt Ommen, den 5en augustus 1902". Een klein, maar sierlijk monument is daarbij gevoegd, waarop de symbolen van hoop en liefde, en een geknakte tak als zinnebeeld van het afgebroken leven.