20 oktober 1885

Gisteravond, aldus schrijft men van den 21sten dezer uit Ommen, omstreeks 8 uur werd het den bewoners der buurtschap Beerze, onder Ambt-Ommen, lastig gemaakt door drie ontvluchten uit het gesticht te Ommerschans, die met geweld kleederen van eenige boeren wilden medenemen. Weldra kwamen verscheiden personen op de been en het liep uit op een duchtige kloppartij, waarbij een der ontvluchten gewond werd. Toevallig waren de veldwachters G. Albersen en G. Pongers te Beerze op surveillance. Dezen kwamen op het rumoer af en namen twee verpleegden in arrest, terwijl de derde ontvluchtte. per wagen werden zij naar Ommen getransporteerd, wat echter niet zonder moeite plaats had, daar een der gearresteerden dichtbij Ommen den voerman aangreep en hem wilde vermoorden, hetgeen echter door de veldwachters werd belet, die hem een revolver onder den neus hielden en dreigden hem te zullen neerschieten, als hij zich verder verzette.

Des avonds te 11 uur werden zij te Ommen voor de burgemeester gebracht, en van daar zouden zij naar de gevangenis worden getransporteerd. Toen hun op de secretarie de boeien (die intusschen door een der veldwachters waren gehaald) zouden worden aangedaan, stelde de een zich aan als een razende verzette zich met zooveel geweld dat er vier personen bij te pas kwamen. Daarna zijn ze overgebracht naar de gevangenis te Ommen, van waar zij hedenochtend naar de Ommerschans zijn teruggeleid. Vooral de bewoners der buurtschappen Junne en Beerze hebben dikwijls overlast van ontvluchte kolonisten.