12 juli 1818

Ommen, den 12 julij. Ontdekte men een kwartier uur ten noordwesten van deze plaats, in de buurtschap Varsen, een felle brand. Dadelijk op deze ontdekking spoedden zich vele menschen, ten einde zoo mogelijk dienstig te kunnen zijn, derwaards. Het waren de huizen van den landbouwer Gerrit Grotens en van de erfgen. van wijlen Harmen Meesters. De eerste had derzelver huis vol van alle zijne goederen, ontdekkende den brand eerst nadat het gehele achterhuis in volle vlam stond, terwijl de huisgenooten leiden te slapen, welke ter naauwernood zoo veel tijd hadden hun persoon en kinderen te redden, terwijl alle hoop ter redding van twee paarden en twee kalveren (zijnde gelukkig het overige vee ter weide) en verdere mobilaire goederen, hoopeloos was. In minder dan drie kwart uur leide het geheele huis ter neder gestort en alles verbrand. Paarden, kalveren, wagens, alle bouwmans gereedschappen en verdere meubelen. Het aanbrengen van eene brandspuit uit Ommen konde slechts dit effect doen dat het vuur in de keuken gesmoord werd, waardoor, schoon alles alreeds meer of min door den brand aangestoken, nog eenige klederen linnen, geld etc., gered werden. Het tweede huis, onlangs verkocht zijnde, stond ledig. Men berekent de schade door dezen brand van twee woonhuizen, schuur, schapeschot en hooibergen, met het daarin verbrande, op ruim drie duizend guldens.